Gieter

Gieter

In de meeste gevallen hoef je je tuinplanten niet te begieten: zij halen voldoende water uit de bodem.

Nochtans zijn er een paar gevallen waar je best toch je tuinplanten begiet:

  • de planten zijn jong of recent geplant
  • het weer is gedurende langere tijd droog geweest
  • sommige planten hebben een grote waterbehoefte

Welk water gebruik je best voor het begieten van tuinplanten?

Het beste water om tuinplanten te begieten is regenwater. Het is dus zeker interessant om een waterton in je tuin te installeren.

Grondwater verkregen door boring of uit een waterput is ook heel goed.

Indien je geen regenton hebt, kan je gewoon kraantjeswater gebruiken.

Op welk tijdstip van de dag begiet je best?

Het is aangeraden om vroeg in de ochtend of ’s avonds te begieten.

Dan heeft het water de tijd om goed en diep in de grond door te dringen.

Indien je overdag begiet wanneer de temperatuur het hoogst is, dan zal een groot deel van het water verdampen en verloren gaan.

Je planten riskeren dan ook een thermische schok: het water waarmee je begiet (zeker indien het kraantjeswater is), is veel kouder dan de luchttemperatuur.

Hoe vaak moet je begieten?

Dat is afhankelijk van de neerslag en de plant zelf.

Bij aanhoudende droogte begiet je best 1 maal per dag.

Tuinslang

Tuinslang

Hoeveel water moet je geven?

Het heeft geen zin een plant van 2 m hoog slechts een 1/2 liter water te geven. Het water zou later op de dag, wanneer het warmer wordt, vrij snel verdampen en wat overblijft is niet genoeg voor de plant.

Je moet dus voldoende water geven zodat het water diep in de grond kan doordringen waar de wortels er overdag nog bij kunnen.

Hoeveel dit precies is, is moeilijk in liters uit te drukken want het is afhankelijk van het type plant, het weer en het type bodem. Klei- en leembodems houden langer water vast dan rotsige of zandige bodems.

Daarenboven staan in je tuin waarschijnlijk grote planten naast kleine planten met minder grote waterbehoefte. Je moet dan meer water geven aan die grote planten dan aan die kleine planten.

Indien je begiet met een gieter, dan kan je nog ongeveer weten hoeveel liter water je geeft maar met de tuinslang is dit natuurlijk moeilijk in te schatten.

Het is dus een kwestie van ervaring: begieten en later op de dag controleren of het water aan de oppervlakte en iets dieper volledig verdampt is of niet. Want overmatig begieten zodat de grond heel nat blijft kan even schadelijk zijn als watertekort.



Waar begiet ik?

Klinkt misschien gek maar je begiet best gewoon de grond zelf, niet de plant.

Bij grotere planten is het meestal makkelijk om rond de voet van de plant te gieten.

Bij een bed van kleine planten is dit dan weer onmogelijk omdat ze vaak te dicht naast mekaar staan. Dan mag je op de planten gieten maar met de sproeikop zodanig geregeld dat de waterstraal niet te hard is om de planten niet te beschadigen.

Hoe controleer je of je genoeg, te veel of te weinig water gegeven hebt?

  • de oppervlakte van de bodem is ’s avonds nog vochtig wanneer je ’s ochtends begoten hebt: dan heb je te veel water gegeven en sla je best een of meerdere gietbeurten over. Indien je ’s avonds begoten hebt, is het wel mogelijk dat de oppervlakte nog vochtig is omdat het ’s nachts kouder is, ook tijdens een hittegolf.
  • de oppervlakte van de bodem is droog maar een paar cm lager is het nog vochtig: dan heb je te veel water gegeven en sla je best een of meerdere gietbeurten over.
  • de oppervlakte van de bodem is droog en ook lager in de grond is het droog: dan heb je te weinig of net genoeg water gegeven en begiet je ’s anderendaags opnieuw.

Je moet hierbij dus rekening houden met het feit dat het water aan de oppervlakte en net eronder door de warmte kan verdampt zijn. Veel lager in de grond kan er nog voldoende water nabij de wortels van de plant zijn.

Met de gieter of de tuinslang?

Dat is enerzijds afhankelijk van welk water je gebruikt: je kan een tuinslang niet aansluiten op een regenton, er is niet genoeg druk om je tuin te besproeien. In dat geval zal je een paar keer heen en weer moeten lopen met een gieter.

Anderzijds, is het ook afhankelijk van de grootte van je tuin: in een grote tuin kan het lastig zijn om tientallen keren met je gieter heen en weer te lopen tussen de regenton en je planten. Dan is het gewoon makkelijker om te begieten met de tuinslang.

Sproeikop

Sproeikop

Sproeikop of niet?

Een sproeikop of gietbroes verdeelt de waterstraal in meerdere dunne en zachtere straaltjes. Dit is geschikt voor zaailingen en kleine planten.

Grotere planten begiet je best zonder sproeikop, dat gaat een stuk sneller.

Je kan de sproeikop van de tuinslang ook regelen terwijl je bezig bent: bij grotere planten regel je de sproeikop zodat je een groter debiet hebt, bij kleinere planten zorg je voor een lager debiet dat zachter is om je planten niet te beschadigen.

Andere irrigatiesystemen:

Je kan je tuinplanten ook water geven met een paar andere systemen, al dan niet geprogrammeerd om automatisch te begieten:

  • micro-drip systeem: dit is een buis met gaten die je langs je planten installeert. Daarna is het voldoende om de kraan open en dicht te draaien.
  • sprinkler: dit is een toestel dat je op een tuinslang aansluit. De waterstraal draait op 360 ° om je planten in alle richtingen te irrigeren.
  • zwenksproeier: dit is een toestel dat je op een tuinslang aansluit. De waterstraal zwenkt heen en weer.

Bronnen van de afbeeldingen: